Verkeerd verbonden.
De telefoon piept onophoudelijk na ons eerste telefoongesprek. Opmerkelijke berichtjes soms, sms-jes waar je vraagtekens bij kunt zetten, maar ook uit kunt leggen als enthousiasme. Niet zelden twijfel ik of ik wel of niet moet afspreken met een man en zo ook deze keer. Ga ik wel of ga ik niet, waarom wel of waarom dan toch maar beter niet, zijn de vragen waar ik mee worstel enkele dagen voor de date. Ik kan de man niet peilen, op de xe9xe9n of andere manier heb ik er gxe9xe9n goed gevoel bij al kan ik niet precies onder woorden brengen hoe dat komt. Die altijd aanwezige twijfel…

Nog anderhalve week te gaan en elke dag belt hij me. Soms overdag, soms ‘s avonds, maar meestal allebei. Een enkele keer stoort het me, maar uitgaand van de goedheid van een man mens verdwijnt dat gevoel als ik de telefoon opneem. Zijn donkere, maar opgewekte stem met een grappig licht Haags accent stemt me vrolijk, hij lacht -zoals afgesproken- om mijn grapjes, ook al zijn ze helemaal niet leuk. Een dag voor de afgesproken datum besluit ik om wel te gaan. Onder het mom van: ‘ Wie A zegt, moet ook B zeggen ‘ en: ‘Wat heb ik te verliezen?’ spreken we om half zes af bij een strandtent niet ver van hier. We zullen samen een hapje eten en daarna zien we wel. Altijd aan de veilige kant blijven zitten, dat is wel zo safe. Je kunt tenslotte geen hemelen beloven als je zelf de weg niet weet.

Twee oproepen gemist. Heel even ben ik bang dat hij af gaat bellen, maar het ingesproken voicemailbericht meldt alleen dat hij wat later is dan afgesproken. Geen probleem, ik vermaak me nog wel even met m’n vandaag nieuw aangeschafte lipglossjes. Terwijl ik in de stromende regen in de auto op hem wacht belt hij me opnieuw en ik loods hem naar de afgesproken plaats.

In een vloeiende beweging parkeert hij zijn auto naast de mijne en stapt snel uit. Ik volg zijn voorbeeld en met een ‘hoi’ en drie zoenen maken we kennis met elkaar. Al kletsend lopen we naar de strandtent die bomvol zit met mensen die denken dat het in Zeeland altijd lekker weer is. Helaas is er geen plaats meer voor ons en zijn we genoodzaakt uit te wijken naar een andere lokatie. Mijn favoriete restaurant onder aan de duinen dan maar. Daar is vast nog wel een tafel voor twee.

Het eten is zoals gewoonlijk heerlijk hier en we genieten van elkaars gezelschap. Het is een ontzettend leuke man, we hebben samen de grootste lol en ik vind het helemaal geen straf om bij hem te zijn. Omgekeerd lijkt dit ook het geval te zijn, hij steekt in ieder geval niet onder stoelen of banken dat hij het erg naar z’n zin heeft. Na het eten moeten we natuurlijk nog even naar het strand. Die Randstedelingen vinden het nog bijzonder om de zon in de zee te zien zakken. Hij is al bijna onder, boven aan de trap genieten mensen zichbaar van het prachtige plaatje van een grote rode zon die langzaam in de zee verdwijnt en samen huppelen we de trap af. Ruim een uur lopen we langs de branding, slaat hij af en toe zijn arm om me heen, zoent me en verbergt zijn gezicht in mijn haren. Het is een zeldzaamheid, ik geef het toe, maar ik heb nog niets kunnen ontdekken aan deze man wat me niet bevalt. Nadat we ons door het mulle zand heen hebben gesleept en de trap weer langzaam oplopen, gaan we nog even naar de kroeg. Er mag binnen niet meer gerookt worden, dus nemen we plaats aan de stamtafel op het terras. Het valt me op dat hij erg sociaal is en heel gemakkelijk contact legt met onbekenden. Een dronken puistenkopje komt bij ons hangen en gelooft niet dat wij elkaar vandaag voor het eerst zien. Hij vindt ons een leuk stel. Later op de avond antwoordt hij bevestigend als iemand hem vraagt of ik zijn vriendin ben. Vragend kijk ik hem aan en hij kust me vol op de mond om zijn woorden kracht bij te zetten. De kroeg sluit om drie uur in de nacht, maar we zijn nog niet moe. Op de grens van het land en de zee zien we hoe de nacht weer verandert in de ochtend. De zon komt op, tijd om naar huis te gaan…

Net na de middag ontwaak ik uit een diepe, maar onrustige slaap. Met m’n ontbijt op de bank en m’n laptop op schoot zie ik hem on line komen. Mijn telefoon piept. Hij vond het leuk gisteren. Ik ook en wat mij betreft voor herhaling vatbaar sms ik terug. Wanneer? typt hij op msn. Nu? stel ik voor… Hij heeft eigenlijk nog wel van alles te doen, maar het lijkt hem leuker om met mij iets af te spreken. En zo spreek ik voor de tweede keer in xe9xe9n weekend af met dezelfde man. Op een terras drinken we thee en eten appeltaart met slagroom. In een natuurgebied spelen we verstoppertje in bunkers uit de Tweede Wereldoorlog en wederom hebben we een leuke dag. ‘s Avonds eten we samen in een gezellig restaurant en we lijken niet uitgepraat te raken. We maken plannen voor de volgende keer, binnenkort gaan we die knul van gisteren opzoeken, die met die kledingwinkel. Gaan we even lekker shoppen daar. Dat is zijn voorstel. Het lijkt me een leuk idee om dat te doen het eerstkomende weekend dat hij zijn vier kinderen niet thuis heeft. Hij zegt me echter dat dit pas over vijf weken het geval is… Ik probeer de teleurstelling te verbergen en zeg dat we wel zullen zien.

Het dorp is uitgestorven. In het haventje liggen wat plezierjachten rustig te dobberen en terwijl we op een bankje zitten te fantaseren, bedenken we een plan om iets te gaan doen waardoor we ook zo’n leuk bootje zouden kunnen kopen. Het wordt fris buiten nu de zon onder is gegaan en we besluiten terug te lopen naar de auto. Op mijn vraag of we nog iets gaan doen antwoordt hij dat hij geen zin meer heeft om een kroeg op te zoeken en dat hij eigenlijk een beetje moe is en maar beter naar huis kan gaan. Al zoenend nemen we afscheid. Rij voorzichtig en slaap lekker…

Die avond blijft het stil. Geen telefoontje voor het slapen gaan, geen sms bericht, helemaal niets. Ook de dag erna blijft het angstvallig rustig. Slechts xe9xe9n sms-je met de vraag hoe het hier gaat. Wanneer ik die beantwoord met dat het hier prima is en de vraag hoe het bij hem is, volgt er geen antwoord meer. Soms moet je beseffen dat geen antwoord xf3xf3k een antwoord is. Als je niets hebt te vertellen dan hoef je niet te bellen volgens mij. Ach, het is ook wel lekker misschien om even wat tijd voor mezelf te hebben, hoewel ik me realiseer dat ik mezelf ook niet zo gek veel te vertellen heb. Ik denk, ik pieker, ik tob. Onderweg is er iets misgegaan, al heb ik geen idee wat dit dan zou moeten zijn. Weer eens een gokje gewaagd, wederom op het verkeerde paard, dat lijkt een voor de hand liggende conclusie. M’n telefoon rinkelt. Verkeerd verbonden…

10 July 2008
By on 19:29
geselecteerd als gefixeerd bericht
15 November 2006
By on 03:48
Ondersteboven.

Het weer van de afgelopen dagen stond synoniem aan het gevoel. De donkere wolken die maar niet overwaaien, ondanks de niet geringe wind. Hoe donker kan het worden in je leven na het verlies van een kind? De regen kwam met bakken uit de hemel, net zoals de tranen onophoudelijk bleven stromen. Wanneer stopt de watervloed als je in een week tijd twee kinderen kwijtraakt? Dan kan de zon toch nooit meer schijnen? Ik hoor mensen zeiken over de temperatuur, die is te koud voor de tijd van het jaar. Bij sommige mensen wordt het misschien nooit meer warm in hun hart, omdat ze de moeilijkste gang ooit moesten maken. Die naar het graf. En dit is niet zoals het hoort. Dit is hoe het eigenlijk nooit zou mogen gaan. De wereld op z’n kop. Ondersteboven. Als getroffen door de bliksem, zo raakt het me. Mijn hart breekt bij het zien van zoveel verdriet. Dit is werkelijk onmenselijk. Niet te doen. Links is het donker, aan de rechterkant een waterig, lees: verdrietig zonnetje. En dan ergens, ergens in de verte verschijnt door alle tranen heen een hele lichte regenboog. De regenboog staat voor hoop. Ik mag hopen dat zij ergens de kracht vandaan krijgen om ‘verder’ kunnen, dat de zon voor hen ook weer zal gaan schijnen en dat het ondraaglijke voor hen ooit te dragen zal zijn…

31 May 2006
By on 15:06
Verdriet.

Het ligt niet
in de lengte
of zwaarte van tijd
of iets
je lief en dierbaar is

Het ligt
in de diepte
van het verlangen
in de liefde
waarmee
je lief hebt

In de liefde
ligt
het verdriet
als je verliest

En je huilt
omdat
in je tranen
je liefde ligt…

29 May 2006
By on 23:37
The day after tomorrow.

28 May 2006
By on 09:51
Problemen.

Er zijn slechts twee problemen; of er is iets wat je niet wilt, of je wilt iets wat er niet is.

En dat heb ik dus altijd…..

26 May 2006
By on 15:14
Onstuimige nacht.

Het stormde, het regende en tot overmaat van ramp ging het afgelopen nacht ook nog onweren. Mijn slaapkamerraam staat altijd wagenwijd open. Had ik toch mooi ook eens een onstuimige nacht….

25 May 2006
By on 11:08
Terug.

Terug naar waar ik vandaan kom. Voor zolang het duurt, want ook hier zullen de heren en dames van web-log lucht van krijgen en ook dit web-log ongevraagd gaan verhuizen. Maar zolang het kan blijf ik hier, want het kost me teveel tijd en teveel geduld alsmede ergernis en frustratie om de nieuwe stijl te begrijpen…

24 May 2006
By on 21:09
Ryansworld verdwijnt.

Geloof het of niet, het doek is nu echt gevallen voor Ryansworld. Ryansworld verdwijnt. Nu echt. Het stuit me enorm tegen de borst (en nee, het is geen D cup heren, het is niet anders…) dat men mij ziet als een man. Ik heb met heel veel plezier geschreven, gelezen en vooral veel gelachen, maar aan alles komt een eind, dus ook aan Ryansworld. Toch zal ik eerdergenoemde dingen blijven doen, want waar de een sterft, wordt een ander geboren. Ryansworld is dood, Life O’ Rian is geboren…

Tot snel allemaal!

16 February 2006
By on 15:58
Alle mannen zijn mietjes!

Het vermoeden bestond al langer. Eigenlijk heb ik het altijd wel geweten. Soms bewust, soms iets minder bewust, maar altijd wel sluimerend aanwezig. Ik werk met mensen. Mannen zijn ook mensen. Ik ken een hoop mannen. Mannen zijn soms net mensen. Maar eigenlijk zijn het apen. En apen, met name de mannetjesapen, zijn mietjes! Zichzelf een beetje overdreven stoer op de borst slaan al dan niet gepaard gaand met oerkreten of andere imponerende praatjes… Het is overigens niet de bedoeling dat ze dit toen in de buurt van vrouwtjes. Het is vooral belangrijk dat hun seksegenoten onder de indruk zijn van hun prestaties. Dat heeft een functie, noem het een voorbeeldfunctie, want waar zou anders het woord na-apen vandaan komen?

Komen er vrouwtjes in de buurt, dan gedraagt de aap zich plotseling heel anders; in plaats van al die stoerdoenerij, gedraagt hij zich als een mietje. Dan wil hij zielig gevonden worden. Omdat hij pijn heeft. Of een wond zelfs. En als je wilt dat je wonden genezen, zul je ze moeten likken. Als een man denkt dat hij pijn heeft, is hij vreselijk zielig en wat doet hij dan? Juist, hij laat zijn wonden likken door het vrouwtje. En de meeste vrouwtjes doen dat, want zo zijn ze. Ik heb het altijd al geweten: Alle mannen zijn mietjes!

15 February 2006
By on 15:48