Verkeerd verbonden.
Nog anderhalve week te gaan en elke dag belt hij me. Soms overdag, soms ‘s avonds, maar meestal allebei. Een enkele keer stoort het me, maar uitgaand van de goedheid van een man mens verdwijnt dat gevoel als ik de telefoon opneem. Zijn donkere, maar opgewekte stem met een grappig licht Haags accent stemt me vrolijk, hij lacht -zoals afgesproken- om mijn grapjes, ook al zijn ze helemaal niet leuk. Een dag voor de afgesproken datum besluit ik om wel te gaan. Onder het mom van: ‘ Wie A zegt, moet ook B zeggen ‘ en: ‘Wat heb ik te verliezen?’ spreken we om half zes af bij een strandtent niet ver van hier. We zullen samen een hapje eten en daarna zien we wel. Altijd aan de veilige kant blijven zitten, dat is wel zo safe. Je kunt tenslotte geen hemelen beloven als je zelf de weg niet weet.
Twee oproepen gemist. Heel even ben ik bang dat hij af gaat bellen, maar het ingesproken voicemailbericht meldt alleen dat hij wat later is dan afgesproken. Geen probleem, ik vermaak me nog wel even met m’n vandaag nieuw aangeschafte lipglossjes. Terwijl ik in de stromende regen in de auto op hem wacht belt hij me opnieuw en ik loods hem naar de afgesproken plaats.
In een vloeiende beweging parkeert hij zijn auto naast de mijne en stapt snel uit. Ik volg zijn voorbeeld en met een ‘hoi’ en drie zoenen maken we kennis met elkaar. Al kletsend lopen we naar de strandtent die bomvol zit met mensen die denken dat het in Zeeland altijd lekker weer is. Helaas is er geen plaats meer voor ons en zijn we genoodzaakt uit te wijken naar een andere lokatie. Mijn favoriete restaurant onder aan de duinen dan maar. Daar is vast nog wel een tafel voor twee.
Het eten is zoals gewoonlijk heerlijk hier en we genieten van elkaars gezelschap. Het is een ontzettend leuke man, we hebben samen de grootste lol en ik vind het helemaal geen straf om bij hem te zijn. Omgekeerd lijkt dit ook het geval te zijn, hij steekt in ieder geval niet onder stoelen of banken dat hij het erg naar z’n zin heeft. Na het eten moeten we natuurlijk nog even naar het strand. Die Randstedelingen vinden het nog bijzonder om de zon in de zee te zien zakken. Hij is al bijna onder, boven aan de trap genieten mensen zichbaar van het prachtige plaatje van een grote rode zon die langzaam in de zee verdwijnt en samen huppelen we de trap af. Ruim een uur lopen we langs de branding, slaat hij af en toe zijn arm om me heen, zoent me en verbergt zijn gezicht in mijn haren. Het is een zeldzaamheid, ik geef het toe, maar ik heb nog niets kunnen ontdekken aan deze man wat me niet bevalt. Nadat we ons door het mulle zand heen hebben gesleept en de trap weer langzaam oplopen, gaan we nog even naar de kroeg. Er mag binnen niet meer gerookt worden, dus nemen we plaats aan de stamtafel op het terras. Het valt me op dat hij erg sociaal is en heel gemakkelijk contact legt met onbekenden. Een dronken puistenkopje komt bij ons hangen en gelooft niet dat wij elkaar vandaag voor het eerst zien. Hij vindt ons een leuk stel. Later op de avond antwoordt hij bevestigend als iemand hem vraagt of ik zijn vriendin ben. Vragend kijk ik hem aan en hij kust me vol op de mond om zijn woorden kracht bij te zetten. De kroeg sluit om drie uur in de nacht, maar we zijn nog niet moe. Op de grens van het land en de zee zien we hoe de nacht weer verandert in de ochtend. De zon komt op, tijd om naar huis te gaan…
Net na de middag ontwaak ik uit een diepe, maar onrustige slaap. Met m’n ontbijt op de bank en m’n laptop op schoot zie ik hem on line komen. Mijn telefoon piept. Hij vond het leuk gisteren. Ik ook en wat mij betreft voor herhaling vatbaar sms ik terug. Wanneer? typt hij op msn. Nu? stel ik voor… Hij heeft eigenlijk nog wel van alles te doen, maar het lijkt hem leuker om met mij iets af te spreken. En zo spreek ik voor de tweede keer in xe9xe9n weekend af met dezelfde man. Op een terras drinken we thee en eten appeltaart met slagroom. In een natuurgebied spelen we verstoppertje in bunkers uit de Tweede Wereldoorlog en wederom hebben we een leuke dag. ‘s Avonds eten we samen in een gezellig restaurant en we lijken niet uitgepraat te raken. We maken plannen voor de volgende keer, binnenkort gaan we die knul van gisteren opzoeken, die met die kledingwinkel. Gaan we even lekker shoppen daar. Dat is zijn voorstel. Het lijkt me een leuk idee om dat te doen het eerstkomende weekend dat hij zijn vier kinderen niet thuis heeft. Hij zegt me echter dat dit pas over vijf weken het geval is… Ik probeer de teleurstelling te verbergen en zeg dat we wel zullen zien.
Het dorp is uitgestorven. In het haventje liggen wat plezierjachten rustig te dobberen en terwijl we op een bankje zitten te fantaseren, bedenken we een plan om iets te gaan doen waardoor we ook zo’n leuk bootje zouden kunnen kopen. Het wordt fris buiten nu de zon onder is gegaan en we besluiten terug te lopen naar de auto. Op mijn vraag of we nog iets gaan doen antwoordt hij dat hij geen zin meer heeft om een kroeg op te zoeken en dat hij eigenlijk een beetje moe is en maar beter naar huis kan gaan. Al zoenend nemen we afscheid. Rij voorzichtig en slaap lekker…
Die avond blijft het stil. Geen telefoontje voor het slapen gaan, geen sms bericht, helemaal niets. Ook de dag erna blijft het angstvallig rustig. Slechts xe9xe9n sms-je met de vraag hoe het hier gaat. Wanneer ik die beantwoord met dat het hier prima is en de vraag hoe het bij hem is, volgt er geen antwoord meer. Soms moet je beseffen dat geen antwoord xf3xf3k een antwoord is. Als je niets hebt te vertellen dan hoef je niet te bellen volgens mij. Ach, het is ook wel lekker misschien om even wat tijd voor mezelf te hebben, hoewel ik me realiseer dat ik mezelf ook niet zo gek veel te vertellen heb. Ik denk, ik pieker, ik tob. Onderweg is er iets misgegaan, al heb ik geen idee wat dit dan zou moeten zijn. Weer eens een gokje gewaagd, wederom op het verkeerde paard, dat lijkt een voor de hand liggende conclusie. M’n telefoon rinkelt. Verkeerd verbonden…




